Je hoeft geen programmeur te zijn om met JSON te werken. Echt niet.
▶Inhoudsopgave
Als je Make of n8n gebruikt, kom je het vaker tegen dan je denkt. En goed nieuws: het is veel simpeler dan het eruitziet.
Wat is JSON eigenlijk?
JSON staat voor JavaScript Object Notation. Maar vergeet die naam maar.
Het is gewoon een manier om gegevens op te slaan en door te geven. Denk aan een digitaal formulier met vakjes die je invult. Ziet er zo uit: {
"naam": "Jan",
"leeftijd": 30,
"stad": "Amsterdam"
}
Zie je? Tussen de accolades staan sleutels en waarden.
De sleutel is wat je wilt weten, de waarde is het antwoord.
Zo simpel is het.
Waar kom je JSON tegen in Make en n8n?
Elke keer als je gegevens uit een app ophaalt of doorstuurt, werkt het vaak via JSON. Bijvoorbeeld: In Make zie je dit als blokjes in je scenario.
- Je haalt een nieuwe klant op uit je CRM
- Je stuurt een bestelling door naar je voorraadsysteem
- Je verstuurt een bericht via een webhook
In n8n als knopen in je workflow. Beide tools vertalen het voor je.
Maar soms moet je zelf even duiken in die JSON-structuur.
Hoe lees je JSON zonder paniek?
Begin met de basisregels: Alles tussen { en } hoort bij elkaar.
1. Accolades {} betekenen een object
Zoals een kaartje met informatie over één persoon of één bestelling. Wil je meerdere items opslaan?
2. Rechte haken [] betekenen een lijst
Dan gebruik je [ en ]. Bijvoorbeeld een lijst met producten. "product": "schoenen" betekent: de sleutel is product, de waarde is schoenen. Elk paar na elkaar, gescheven door een komma. Behalve de laatste.
3. Sleutels en waarden worden gescheven door een dubbele punt
4. Waarden worden gescheven door komma's
Hoe gebruik je JSON in Make?
In Make zie je vaak een veldje waar je een waarde moet invullen. Soms kun je gewoon klikken op een variabele uit een eerdere stap, of gebruik je filters en formatters om de data direct naar wens te verwerken.
Maar soms moet je zelf een JSON-structuur opbouwen. Gebruik dan de Set variable of JSON module.
Je kunt er handmatig een structuur in bouwen. Of je gebruikt de ingebouwde editor die je helpt met het juiste formaat. Tip: als je een API-aanroep doet, krijg je vaak een voorbeeld van de gewenste JSON. Kopieer dat, pas de waarden aan, en je bent klaar.
Hoe gebruik je JSON in n8n?
n8n maakt het nog iets makkelijker. Elke knoop laat je gegevien zien in een overzichtelijke structuur.
Je kunt op elke waarde klikken en deze gebruiken in de volgende stap. Toch kom je situaties tegen waar je zelf JSON moet schrijven. Bijvoorbeeld in een HTTP Request knoop of bij het instellen van webhooks voor realtime datadoorvoer.
n8n heeft een handige functie: JSON.parse() en JSON.stringify(). Die vertalen tekst naar een leesbaar formaat en andersom.
Superhandig als je gegevens moet omzetten. En het mooiste? n8n heeft zelf een interactieve tutorial over JSON-basics. Je vindt het als workflow-template op hun website. Ideaal om in een paar minuten de basis onder de knie te krijgen.
Veelgemaakte fouten (en hoe je ze vermijdt)
Vergeet de aanhalingstekens niet
Waarden moeten tussen aanhalingstekens staan. "Jan" werkt. Jan zonder aanhalingstekens niet.
Controleer je komma's
Dit is de nummer één fout die beginners maken. Te veel of te weinig komma's, en je hele structuur werkt niet meer. Let extra op de laatste waarde: die heeft géén komma erna.
Gebruik een JSON-validator
Websites zoals jsonlint.com controleren je JSON gratis. Plak je code, klik op valideer, en je ziet direct wat er mis is.
Bespaart je uren zoekwerk.
Wat als je binaire bestanden verstuurt?
Soms stuur je geen tekst, maar bijvoorbeeld een PDF of afbeelding door je workflow. Dan heb je te maken met binaire data.
In n8n moet je dan even letten op de instellingen: zorg dat je de optie Binary Data aanvinkt, anders raak je je bestanden kwijt. In Make werkt het vergelijkbaar: gebruik de juiste modules voor bestanden en zorg dat je de data niet probeer om te zetten naar tekst. Dat werkt niet.
Begin vandaag nog
Je hoeft niet alles in één keer te begrijpen. Begin met kleine stappen.
Open een workflow in Make of n8n, kijk naar de JSON die binnenkomt, en probeer er iets mee te doen. Elke keer dat je het doet, wordt het makkelijker. En voor je het weet, werk je er als een pro mee. Zonder ook maar één regel code te schrijven.